Iets meer dan een jaar geleden begon Astrid als vrijwilliger bij SEZO/Buurtteam Amsterdam Nieuw-West. Zij bezocht WegWijsSalon Nieuw Sloten met een vraag, maar van het één kwam het ander en een week later kon ze meelopen om de sfeer te proeven en te kijken of het vrijwilligerswerk wat voor haar was. Astrid: “Dat was zo een fijn gesprek. Ik vertelde dat ik gestopt was met werken. Ideaal…Nou, ik vond het verschrikkelijk!” Achter de geraniums zitten was voor Astrid geen optie, dus ging zij met frisse energie aan de slag bij WegWijsSalon Ru Paré.
Astrid: “Ik ben hier letterlijk ingerold. Ik heb vroeger in de horeca gewerkt, dus ik praat best makkelijk. Ik had altijd wel snel leuk contact met mensen en ik heb het gevoel dat ik dat hier ook wel heb. Ik heb ook in de zorg gewerkt. Dus die combinatie van horeca en zorg breng ik nu samen. Ik zeg weleens tegen mijn vriendin dat ik nu de baan heb gevonden die ik leuk vind. Ik hoef niet meer fysiek hard te werken, heb toch contact en ik help anderen.”
Daarnaast ondersteunt zij een paar dagdelen per week de buurtteammedewerkers op locatie Hageland. Astrid: “Ik doe het voorwerk, dus ik help de Amsterdammer met het verzamelen van de papieren, scannen en nabellen. Ik doe best veel. Maar ik woon in de buurt, dus dat is voor mij geen probleem. Ik haal er voldoening uit om te helpen. Zeker als ik positief nieuws kan overbrengen.”
Inmiddels is Astrid van WegWijsSalon Ru Paré overgestapt naar de WegWijsSalons in mannencentrum Daadkr8. Ze moest een keer invallen bij de WegWijsSalon voor (t)huisloze mannen met inkomen en de sfeer en bedrijvige hectiek bevielen haar goed. Astrid: “Af en toe is het best moeilijk, want ik krijg weleens bezoekers die boos zijn op de maatschappij omdat ze geen woning hebben. Ik blijf wel gewoon aardig en bied ze een hapje eten aan (red.: bij de WegWijsSalon voor (t)huisloze mannen met inkomen krijgen de Amsterdammers een maaltijd aangeboden). Het is vaak triest, maar ik neem het niet mee naar huis. Toen ik in de zorg werkte, deed ik dat wel en daarom ben ik daar gestopt. Nu is het fijn dat ik het kan ventileren met mijn collega’s: we praten dan even na. Dat is goed voor mij, want zo sluit ik het af.”